Inloggen
3

Bouwen

Dit hoofdstuk zegt hoe je de rijdraad buigt en soldeert, en hoe je masten en draden op je baan zet.

3.1 Draden buigen en solderen

De armen van de masten en de rijdraad zelf maak je van metaaldraad. Dat is steviger dan geprint en het geleidt, als je bovenleiding stroom moet voeren. De plug-in voor de rijdraden print de mallen waarop je de draad buigt en soldeert, zodat elk stuk precies de lengte en de knik krijgt die op jouw baan nodig is.

Wat je nodig hebt

  • Messing- of fosforbronsdraad in de dikte die op de mal staat. Voor de armen van een mast is dat standaard 0,7 mm in H0, 0,6 in TT, 0,5 in N en 0,4 in Z.
  • Een soldeerbout met een fijne punt, liefst met een regelbare temperatuur (rond 320 °C).
  • Dun soldeertin en vloeimiddel voor elektronica of voor messing.
  • Een fijne tang, een zijkniptang en een vijltje.
  • Wasknijpers of kleine klemmen om de draad op de mal vast te houden.

Zo ga je te werk

1. Knip de draad iets langer dan het stuk dat je nodig hebt en maak hem recht door hem tussen twee vingers of over de rand van een tafel te trekken.

2. Leg de draad in de groef van de mal en zet hem vast met een klem.

3. Buig de draad langs de mal waar de mal een knik heeft. Buig in één keer; een draad die je vaak heen en weer buigt, breekt.

4. Leg de dwarsdraden en de hangers in hun groeven.

5. Zet op elke plek waar twee draden elkaar raken een klein beetje vloeimiddel.

6. Houd de bout een tel tegen de verbinding en voeg dan een heel klein beetje tin toe. Laat het tin vloeien en haal de bout weg. Een goede verbinding is klein en glanst.

7. Laat het geheel afkoelen voordat je het van de mal haalt. Maak het vloeimiddel schoon met een beetje alcohol.

8. Vijl uitstekende stukjes tin weg. Aan de onderkant van de rijdraad mag niets uitsteken, anders blijft de stroomafnemer haken.

3.2 Masten en draden plaatsen

TRAX3D heeft voor je baan al uitgerekend waar elke mast komt. In je bouwplan staat de bovenleiding op een eigen tekening, per niveau, met elke mast en zijn nummer. Druk die tekening af op ware grootte en gebruik hem als mal op je baan.

De masten

1. Leg de tekening op je baan of zet de plekken over met een priem of een potlood.

2. Boor bij elke mast een gat door de ondergrond. Onder de voet zit een gat met schroefdraad (M2, in N en Z M1,6): zet de mast er van onderen met een schroefje vast. Heb je in de plug-in een geprinte pen gekozen, boor dan een gat van de dikte van die pen.

3. Zet de mast loodrecht, met een winkelhaak naast de mast. Bij een mast in een bocht staat de arm naar de buitenkant van de bocht.

4. Lijm de mast vast. Gebruik secondelijm voor resin en voor metaal; voor een mast die je later nog wilt verzetten: een druppel lijm die je weer los kunt maken, zoals witte houtlijm.

5. Zet de portalen als laatste: die hangen boven de sporen en zitten anders bij het bouwen in de weg.

De rijdraad

1. Hang de stukken rijdraad op volgorde in de armen, van het ene eind van een spoor naar het andere.

2. Laat de rijdraad zigzaggen zoals de tekening laat zien: afwisselend een beetje links en een beetje rechts van het midden van het spoor. Zo slijt de stroomafnemer van een echte trein gelijkmatig, en zo ziet het er ook uit.

3. Maak de draad niet te strak. Een rijdraad die te strak staat trekt de masten scheef; een draad die te slap hangt, laat de stroomafnemer los.

4. Rijd voorzichtig met een locomotief met een stroomafnemer omhoog onder de hele bovenleiding door. Waar de stroomafnemer haakt of de draad omhoog duwt, buig je de draad een beetje bij.