# Bouwplan Dettingen - Borsdorf

## 1 Voorbereiden

- [ ] **1. Ontwerp nalopen** — Loop de aandachtspunten uit hoofdstuk 1 na en verbeter ze, liefst in het ontwerp zelf.
- [ ] **2. Seinen kiezen** — Kies hoeveel van de voorgestelde seinen je plaatst. _(na 1)_
- [ ] **3. Materiaal bestellen** — Bestel rails, elektronica, hout en bevestiging uit de bijlagen A en B. _(na 2)_

## 2 Onderbouw

- [ ] **4. Hout zagen** — Zaag de latten en de platen naar de tekening van de onderbouw, of laat ze snijden met het snijbestand. _(na 3)_
- [ ] **5. Frame bouwen** — Lijm en schroef het frame in elkaar, haaks en vlak, en boor de doorvoergaten. _(na 4)_
- [ ] **6. Frame opstellen** — Zet het frame waterpas op poten of schragen, op een werkhoogte die bij je past. _(na 5)_
- [ ] **7. Blad leggen** — Schroef het blad op het frame en controleer dat het vlak ligt. _(na 6)_

## 3 Rails leggen

- [ ] **8. Spoor aftekenen** — Teken het spoor af met de bladen op ware grootte. _(na 7)_
- [ ] **9. Blokken isoleren** — Maak tijdens het leggen de isolaties tussen de blokken, op de plaatsen uit het blokkenplan. _(na 8)_
- [ ] **10. Rails leggen** — Leg het spoor eerst los, pas het, en zet het dan vast. _(na 8)_
- [ ] **11. Proefrollen** — Rol een wagen over elk spoor en door elke wissel voordat er stroom op staat. _(na 10, 9)_

## 4 Aansluiten

- [ ] **12. Hoofdleidingen leggen** — Leg de hoofdleidingen onder de tafel, door de doorvoergaten, volgens het aansluitplan. _(na 6)_
- [ ] **13. Voedingen aansluiten** — Sluit de voedingsdraden aan op de hoofdleiding en test elk stroomgebied voordat je verdergaat. _(na 12, 11)_
- [ ] **14. Melders aansluiten** — Sluit de bezetmelders aan en test elk blok met een loc of een wagen met weerstandsas. _(na 13)_
- [ ] **15. Wissels aansluiten** — Sluit de wisselaandrijvingen aan en zet elke wissel een paar keer om. _(na 13)_
- [ ] **16. Seinen plaatsen** — Plaats de seinen en sluit ze aan. _(na 13)_
- [ ] **17. Alles proefrijden** — Rijd met je langste trein over de hele baan, in beide richtingen, voordat je aan het landschap begint. _(na 14, 15, 16)_

## 5 Landschap

- [ ] **18. Ondergrond maken** — Bouw de vormen van het landschap op, met de hoogtekaart ernaast. _(na 17)_
- [ ] **19. Ballasten** — Ballast het spoor; houd de wissels vrij van lijm. _(na 17)_
- [ ] **20. Verven en begroeien** — Verf de ondergrond en breng de begroeiing aan, van grof naar fijn. _(na 18)_
- [ ] **21. Gebouwen plaatsen** — Zet de gebouwen op hun plaat en sluit hun verlichting aan. _(na 18)_
- [ ] **22. Water gieten** — Giet het water in dunne lagen, als het landschap eromheen klaar is. _(na 20)_
- [ ] **23. Details en figuren** — Maak het af met details, figuren en voertuigen. _(na 21, 22, 19)_

## 6 Rijden

- [ ] **24. Materieel op de baan** — Zet je materieel op de baan en controleer dat elke locomotief goed rijdt. _(na 17)_
- [ ] **25. Besturing instellen** — Zet de baan in je besturingsprogramma: de blokken, de melders en de wissels. Begin met één trein. _(na 24)_
- [ ] **26. Rijden** — Rijd de scenario's uit hoofdstuk 6, eerst met de hand. _(na 25)_
